Het Bijenlandschap 2.0 is de volgende stap in het succes van de Bijenlinten-actie. We willen niet alleen losse bijenlinten, maar een samenhangend netwerk van tuinen en groengebieden: een bijenlandschap waarin bijen en overige bestuivers overal voedsel en nestgelegenheid kunnen vinden.
Van lint naar netwerk
We bouwen aan een “matrix” van tuinen en groengebieden binnen ongeveer 150 meter van elkaar. Zo ontstaan er verbindingen waar bijen vrij kunnen vliegen tussen voedselrijke en onbespoten plekken.
- Deelnemers (inmiddels meer dan 1000!) hebben allemaal verschillende kennis en tijd, maar velen willen graag méér doen.
- Samen onderzoeken we hoe we ieders inzet het beste kunnen benutten.
- Ieder groengebied richt zich niet alleen op algemene biodiversiteit, maar ook op planten en nestplekken voor één of twee specifieke bijensoorten.
- Studenten van de Hogeschool Van Hall Larenstein helpen mee door onderzoek te doen naar geschikte planten, grondsoorten en beheer.
Doel voor 2026
In 2026 willen we een sterk en levendig bijenlandschap realiseren, dat zich uitstrekt van Arnhem (Noord en Zuid) tot Oosterbeek, Velp, Rozendaal, Rheden, De Steeg, Ellecom, Dieren en Spankeren.
We werken aan:
- Hechtere samenwerking tussen alle deelnemers
- Regionale groepen met eigen aandachtspunten en een eigen aanspreekpunt
- Kennisuitwisseling en inspiratie tussen de groepen
Er is een subsidie van €23.000 in het vooruitzicht om dit alles te ondersteunen. Zodra de subsidie rond is, bepalen we samen hoe het geld het best besteed kan worden.
Indeling van het bijenlandschap
Om het werk praktisch te houden, verdelen we het gebied in kleinere eenheden.
Voor Arnhem betekent dit bijvoorbeeld:
- Arnhem-Noord: o.a. Paasberg (postcode 6824) en Schaarsbergen
- Arnhem-Zuid: Rijkerswoerd
Daarnaast maken ook Velp, Rozendaal, Rheden, De Steeg, Ellecom, Dieren en Spankeren deel uit van het netwerk.
Onderzoek en waarnemingen
We brengen in kaart welke planten en bestuivers thuishoren in elk gebied. We kijken:
- Of er genoeg voedselplanten en nestgelegenheden zijn
- Of de bijenlinten goed op elkaar aansluiten
- Welke vormen van beheer helpen of juist verstoren
Door observaties in waarneming.nl op te slaan kunnen wij voortgang bijvoorbeeld in het programma BioBlitz volgen om ontwikkeling van soorten in een regio te volgen.
Zo krijgen we inzicht in hoe goed het bijenlandschap functioneert.
Voorlichting en bewustwording
Een belangrijk doel is het vergroten van kennis bij het brede publiek. Niet iedereen weet dat pesticiden in tuinen directe schade aanrichten aan het bijenleven in de buurt. Daarom zetten we in op:
- Informatie via website en sociale media
- Bijeenkomsten, nieuwsbrieven en persberichten
- Vrijwilligers die helpen met communicatie en educatie
We willen dichter bij de tuinbezitters staan, met snelle kennisuitwisseling via multimedia.
De groeiende community
Door de toenemende bekendheid groeit het aantal deelnemers snel — van 1000 nu naar mogelijk 2000 volgend jaar.
Uit onderzoek van studenten van Van Hall Larenstein blijkt dat bijna 80% van de mensen graag meedoet als ze weten wat het bijenlint precies inhoudt.
Via lokale coördinatoren zorgen we voor tweerichtingscommunicatie: elke deelnemer moet zich betrokken voelen. Zo bouwen we samen aan een zelflerend netwerk waarin kennis en ervaring onderling worden gedeeld.
Vrijwilligers kunnen hun talenten inzetten voor bijvoorbeeld:
- Website en sociale media
- Flyers en voorlichting
- Educatieve activiteiten op scholen
Studenten ondersteunen bij onderzoek naar de ecologische en organisatorische kant van het project.
Kortom: samen vormen we een netwerk van mensen en tuinen dat bijen helpt overleven en bloeien. Zo maken we van losse linten één krachtig Bijenlandschap 2.0.
